Mossel
Mama?
o Ja liefie...
Wat zijn dat daar op die kraam van de visboer?
o Dat zijn mosselen.
Wat zijn mosselen?
o Zachte diertjes, die verstopt zitten in twee schelpen aan elkaar.
Mag ik eens kijken?
o Vraag maar aan de visboer.
Mag ik er één vanbinnen bekijken, meneer?
o Je mag er wel eentje meenemen.
Dank je wel meneer, daag!
Klop klop, is er iemand thuis?
o Ja, ik ben thuis.
Wie ben je?
o Ik ben Softie, een mossel.
Mag ik je schelpjes openmaken?
o Nee, liever niet.
Waarom niet?
o Ik ben nogal verlegen.
Hoe komt het dat je verlegen bent? Ben jij misschien de schelpkampioen van verlegenheid?
o Ik ben eigenlijk best lelijk, geloof ik.
Ik vind niéts lelijk, ik vind alles bijzonder.
o O, ben ik bijzonder? Dat wist ik niet.
Ja, natuurlijk, iederéén is bijzonder. Ik ben nieuwsgierig hoe je er uitziet.
o Zul je niet schrikken dan, want iedereen vindt mosselen raar.
Nee, ik schrik alleen van gifgroene monsters met griezelpoten, maar gelukkig ben jij dat niet. Mag ik je nu zien?
o Goed, maak mijn huisje maar voorzichtig open.
Ik doe het supervoorzichtig… Hé hallo, daar ben je dan. Mag ik je voelen?
o Nou, heel even dan.
Hé, je voelt heel zacht. Het lijkt wel of die randjes je in twee stukken verdelen.
o Ja, raar hè!
Nee, bijzónder!
o Mijn mosselmama heeft me verteld dat alles op de wereld uit twee bestaat.
O ja, vertel eens?
o Er is koud en warm, zacht en hard, licht en donker, boven en onder, vies en lekker. Kun jij nog meer tegenstellingen noemen?
Uhm, even denken… Ja, zwart en wit, links en rechts, klein en groot, goed en fout.
o Stop maar, je snapt het al.
Weet jij ook waaróm die tegenstellingen bestaan?
o Ja kijk, als er geen donker zou bestaan, zou je de lichtgevende sterren aan de hemel nooit kunnen zien.
Dáár zit wat in!
o En als het buiten nooit koud was, zou je nooit kunnen genieten van de warme kachel.
Klopt.
o Als je nooit fouten zou maken, weet je ook niet wat goed is.
Je bent een slim mosseltje, Softie.
o Nu ik zo naar je kijk, zie ik dat jij ook van alles twéé hebt.
Kijk maar eens naar jezelf.
Verhip, je hebt gelijk. Ik heb twee handen, twee armen, twee benen, twee billen, twee voeten, twee ogen, twee oren, twee neusgaten.
o Maar ieder levend wezen heeft maar één hart.
Jij ook?
o Ik leef, net als jij. Dus ik heb ook één hart.
Daarmee kunnen alle levende wezens van elkaar houden hè!
o Ik houd van jou, mensenkind.
En ik van jou, zachte Softie.
Wat als de verlegen Softie ineens roept: "Ta-da, ik ben een mosselkoning!?” ☺
Ben jij wel eens verlegen en waarom?
Wat vind je mooi aan anderen en aan jezelf?
Waarom vind je de woorden: vies, lelijk, donker, hard en fout niet zo fijn klinken?
Als deze woorden vastgeplakt zitten aan: mooi, licht, zacht en goed, worden de woorden van de vorige vraag dan fijner?