Mug
o Bzzzz, bzzzz, bzzzz…
Ieks, een mug. Ga weg, ik wil slapen!
o Bzzzz, bzzzz, bzzzz...
Wat kun jij met zo’n klein lijf een herrie maken zeg! Ben je een mug of een vliegende trompet of misschien een ministraaljager met vleugels!
o Bzzzz, bzzzz, bzzzz…
Zo kan ik echt niet slapen hoor! Waarom ga jij ook niet gewoon slapen?
o Omdat ik honger heb.
O gelukkig, je kunt praten. Dan kunnen we samen eens babbelen.
Heb je honger? Hier in mijn kamer is niets wat je kunt eten hoor.
o Jawel, ik wil graag een klein druppeltje bloed van jou.
Nee hoor, jij krijgt helemaal geen bloed van mij. Ik ben geen sapbar voor muggen! Ga maar naar de bloedbank om de hoek!
o Eén druppeltje maar?
Geen sprake van! Vorige week heeft een mug me helemaal lek gestoken. Ik heb dagenlang lopen krabben.
o Is dat echt waar? Dat is helemaal onze bedoeling niet.
En is het dan wel de bedoeling om mensen ’s nachts te pesten met jullie vervelende geluid?
o Wij muggen moeten dat geluid maken, anders vliegen we onszelf te pletter.
Hoezo? Leg eens uit?
o In het donker kun je niet zo goed zien en als je dan zoemt, kaatst het geluid terug en hoor je waar je bent.
O, dat heb ik nooit geweten. Mensen zoemen niet in het donker. Wij doen gewoon het licht aan.
o Ja, maar dat kan een mug niet, snap je?
Oké. Als ik een lampje voor je aanmaak, houd je dan op met je herrie?
o Ja, dan kan ik goed zien waar ik je prikken zal.
O nee, er wordt hier niet geprikt. Niet in mijn lijf! Ik heb je net toch al gezegd dat ik dan dagenlang jeuk heb.
o O ja, dat zei je al. Maar waar moet ik dan mijn eten halen?
Dat weet ik niet. Maar blijf even heel stil zitten, dan breng ik je buiten.
o Je wilt me zeker doodmeppen?
Nee, natuurlijk niet. Ik houd van dieren, maar ik moet nu écht slapen.
Ik vang je heel voorzichtig met een glas en dan laat ik je buiten vrij, oké?
o Hoe weet ik dat ik je kan geloven?
Dat we samen kunnen praten is toch heel bijzonder, vind je niet?
o Ja, dat is zo. Ik heb nog nóóit met een mens gesproken.
Alleen mensen die echt van dieren houden, kunnen met dieren praten.
o Nu geloof ik je. Ik zal niet wegvliegen.
Kijk, nu zet ik dit glas heel voorzichtig over je heen tegen de muur.
Ik schuif een papiertje tussen het glas en de muur. Zie je, zo doe ik je geen pijn. Het raam open en hopla, naar buiten jij. Daar mag je zoveel zoemen als je wilt. Niet meer tot ziens hè!
Heb je wel eens mug gevraagd om een stiller liedje te zoemen? ☺
Heb je wel eens een mug doodgeslagen omdat je het geluid vervelend vond?
Als iemand jou vervelend vindt, mag hij jou dan slaan of is praten beter?
Als iemand wat aan jou belooft, moet hij het dan ook echt doen?
Als jij iets belooft, doe je het dan ook?