Slak
Een verhaal over vertragen en mindfulness
Hallo slak.
o Waarom ren je zo hard, Evi?
Ik moet gauw naar huis.
o Waarom heb je zo’n haast?
Ach, eigenlijk heb ik helemaal niet zo’n haast.
o Fijn, dan kunnen we even babbelen.
Hé, als je huisje groter was, dan kon ik bij je binnenkomen!
o Het is echt te klein voor twee, maar precies groot genoeg voor mij alleen.
Is je huis niet te zwaar om de hele dag mee te sjouwen, slak?
o Nee hoor, dat valt wel mee. Het is best handig om je huis altijd bij je te hebben. Ik hoef nooit naar huis te rennen. Ik bén altijd thuis!
o Dat lijkt me echt heel handig. Maar ik houd zo van rennen. Ik ben vaak zó hieperdepieperbij dat ik alles wat ik zie in mijn buurt wel zou willen zoenen! En dan vlieg ik van een boom naar een bloem en dan weer naar een musje in de tuin. Mijn hoofd danst dan zomaar alle kanten heen. Ik voel me dan zó gelukkig!
o Je bent een grappige springeling, Evi. Weet je... jij houdt van snel en ik van langzaam.
Ja, we zijn allebei anders. Toch ben ik nieuwsgierig hoe het is om alles langzaam te doen.
o Wat maakt je nieuwsgierig?
Ik houd niet van haasten en toch moet ik ‘s morgens snel opstaan, snel eten, snel naar school, snel naar huis, snel huiswerk maken, snel naar balletles en dan snel weer naar bed.
o Wie heeft je gezegd dat je dat allemaal zo snel moet doen?
Uhm, daar moet ik even over denken... Ja, ik weet het. De klok! De klok tikt bij ons zo snel, tikketikketik.
o Poeh-poeh, ik word al moe als ik ernaar luister. Mijn klok tikt gelukkig veel langzamer. Die gaat van tik, rust, tik, rust, tik, rust.
Misschien loop jij daarom ook zo heerlijk rustig, slak? Ben je misschien een slakkenkampioen in slow-motion?
o Haha, ik vind het gewoon fijn om rustig te lopen, want dan kan ik alles veel beter zien. Als ik snel loop, zie ik de mooie dingen niet.
Hoe bedoel je, slak?
o Als ik superlangzaam loop, zie ik elk grassprietje, ik zie de dauw op de bloemblaadjes, de mieren, de pieren, de torretjes, de molshopen en nog véél meer. Heb je al dat moois weleens opgemerkt, Evi? Of ren jij zelfs je eigen schaduw voorbij en roep je dan: “Hé, wacht op mij!”
Ja, haha, ik ben meer een haas met haast. Wil je me leren hoe ik slakkerig kan doen?
o Goed, laat in je hoofd een klok héél langzaam tikken, zo van tik rust tik rust tik rust tik rust. Doe je ogen dan dicht en probeer die klok te horen.
Doe ik, ik hoor hem!
o Doe je ogen maar weer open, maar probeer het tikken van de langzame klok te blijven horen. Zet dan één stap op elke tik. Dus stap, rust, stap, rust. Snap je?
Maar als ik zo langzaam loop, dan kom ik overal te laat!
o Sta dan ‘s morgens wat eerder op. Dan kun je de hele dag genieten van alle mooie dingen.
Ja, morgen ben ik weer slakkerig. Dag slak, tot morgen.
o Dag Evi, loop... lekker... langzaam....
Goeiemorgen slak.
o Goeiemorgen Evi.
Kijk eens hoe langzaam ik loop… stap, rust, stap, rust.
o En heb je al wat meer gezien dan gisteren?
Jazeker. Ik zag een musje, ik zag besjes aan een struik, ik zag een poes in een boom, ik zag een oude mevrouw achter een gordijn. Ze zwaaide naar me. Ik zag een wolk die op een olifant leek én ik zag jou, slak.
o Leuk hè, lekker... langzaam... lopen...
Ja lieve slak, ik lijk op jou. Ik ga nu lekker... langzaam... lopen...
Maar morgen ga ik lekker weer huppelen en rennen. Zal ik het jou leren?
o Haha, dat is een goed idee. Een hardloopwedstrijdje met een oude slak, haha!
1. Zou een slak ooit te laat komt omdat hij zijn huisje niet kan vinden? ☺
2. Heb jij wel eens zo'n haast dat je je sokken achterstevoren aantrekt?
3. Hoe ziet jouw dag eruit als je alles zelf mag kiezen?
4. Hoe ziet jouw luilekkerdag eruit?
5. Als je een slak nadoet, hoe voel je je dan?