Wat je zegt ben je zelf
Ha Spiegel. Vind jij ook dat ik er stralend uitzie?
o Als jij het vindt, vind ik dat ook, want ik ben jouw spiegelbeeld.
Wij zijn dus hetzelfde. Ik laat alleen maar zien wat jij bent.
O, natuurlijk. En als ik met je praat, praat ik dan eigenlijk met mezelf?
o Jazeker. Eigenlijk antwoordt jouw stemmetje vanbinnen.
Dat innerlijke stemmetje is altijd een beetje wijzer en die weet alle antwoorden al, voordat je de vraag hebt gesteld.
Die stem noemen ze ook wel je ‘hogere zelf’.
Aha, als ik het goed begrijp zijn er dus twee zelven. Mijn zelf die de vragen stelt en mijn hogere zelf die een handig automatisch antwoordapparaat is.
o Precies! Samen zijn jullie gewoon één Evi, net als de binnenzijde en buitenzijde van je hand en net als een munt met twee kanten.
Oké, laten we dan doen alsof jij Spiegel mijn hogere zelf bent en jij mij antwoorden geeft, goed?
o Oké, wat is je vraag?
Ik moest deze zin van je onthouden: “Wat je zegt ben je zelf.” Dus als ik zeg dat iemand zo lenig is als een aap, wil ik misschien ook wel door de jungle slingeren.
o Ja, grappig bedacht.
En als ik tijdens de gym zie dat Milan flinke spierballen heeft als hij aan een rekstok hangt, dan denk ik: “Wauw, wat is hij sterk.” Ben ik dan ook sterk of wil ik sterker worden?
o Wat zegt je gevoel? Voel je je sterk of voel je je zwak?
Ik heb geen spierballen en ik voel me een slappie. Ik zou willen dat ik net zo sterk zou zijn als Milan zodat ik kan rondzwieren aan de rekstok.
o En wat is er nodig om het te leren?
Veel oefenen denk ik. Ik zal eens aan Milan vragen hoe hij het heeft geleerd.
o Goed plan, Evi!
Maar dan klopt de zin: “Wat je zegt ben je zelf” toch niet! Ik bén nu nog niet sterk.
o Als je dezelfde zin over één maand zou zeggen en je hebt intussen veel geoefend, klopt het wel. Dat komt omdat je het graag wilt en als je er dan energie in stopt, lukt het altijd.
Daar ga ik even over nadenken, Spiegel. Ik heb nog een vraag voor je.
In onze klas zit een meisje dat niet goed kan rekenen. We zitten nu in groep zes en je mag toch verwachten dat je dan genoeg tijd hebt gehad om het te leren.
o En wat voel je precies?
Ik stoor me aan haar omdat de juf het steeds opnieuw moet uitleggen.
o Waarom erger je eraan?
Uh, omdat het zo lang duurt.
o Wat je zegt ben je zelf.
Tja, ik ben nogal ongeduldig, bedenk ik me nu.
o Goed opgemerkt! Vind jij jezelf in alle vakken even goed?
Oepsiewoepsie, ik kan helemaal niet zo goed diepte tekenen. Als ik een kubus moet tekenen of een huis, dan kan ik dat écht niet. Ik schaam mezelf hiervoor.
o Aha, daar zit het geheimpje! Iedereen is érgens goed in en iedereen kan wel iets niét zo goed. Ben niet zo streng voor jezelf. Je hoeft niet álles goed te kunnen. Kijk naar wat je goed kunt, dan leer je dat ook zien bij anderen. Je zult verbaasd zijn over waar anderen allemaal goed in zijn.
Het klopt, Spiegel. Ik kan zoveel dingen wel goed, zoals verhalen vertellen en ik heb soms briljante ideeën. Ik denk ook dat het meisje in mijn klas veel dingen kan, die ik nog niet van haar weet. Daar ben ik wel benieuwd naar. Ik heb een idee! Ik kan haar misschien wel helpen met rekenen.
o En zij kan jou misschien wel leren hoe je een kubus kunt tekenen.
Geweldig! Hier word ik blij van! Hasta la vista, Spiegel, tot mañana!
Als jij iets grappigs over iemand zegt, welke circusact zou jij dan stiekem willen doen? ☺
Voel je vanbinnen antwoorden als je vragen aan je Spiegel stelt?
Geef een voorbeeld van: Wat je zegt ben je zelf?
Waar kijk jij tegenop? Bijvoorbeeld als iemand slim is, sportief, rijk of iets anders?
Vraag je wel eens hulp aan iemand om dingen te leren?