Kikker
o Kwáák kwáák.
Wat kwaak je grappig, Klikker.
o Ik ben helemáál niet grappig, ik ben boos.
Ben je boos op mij?
o Nee, op die stommerd daar ginds tussen het riet.
Wie is dat dan?
o Die bruine stommerd heet Kwakel.
Wat heeft hij dan gedaan, Klikker?
o Hij heeft mijn vlieg gestolen.
Hoe gebeurde dat dan?
o De vlieg vloog precies vóór mijn mond. Ik stak mijn tong uit om hem te vangen, maar Kwakels tong was net iets langer en sneller.
Maar dan heeft hij hem toch niet gestólen?
o Jawel, het was míjn vlieg!
Vind je niet dat elk dier vrij is en van niemand anders kan zijn?
o Behalve misschien van mijn tong, die denkt dat die vlieg een gratis snack is. Jammie!
Grappig bedacht van die tong van jou, maar wil jij van iemand zijn dan? Van een reiger bijvoorbeeld?
o Nee, natuurlijk niet. Reigers zijn stom want die eten kikkers op.
Precies daarom vinden vliegen de kikkers ook stom.
o Mmm, daar zit wat in, maar wij moeten toch wát eten.
Ja, dat is ook weer zo.
o Als ik niet genoeg eet, word ik slap en ziek. Daarom vind ik bruine kikkers stom omdat ze mijn voedsel stelen.
Vind je alleen Kwakel stom, omdat hij de vlieg sneller kon vangen, of vind je álle bruine kikkers stom?
o Kwáák, ik vind alle bruine kikkers stom.
Weet je eigenlijk ook waarom je ze stom vindt?
o Nee, maar mijn papa en mama hebben mij verteld dat bruine kikkers stom zijn. Ik mocht nooit met bruine kikkers spelen.
O, dat is jammer, want misschien had je bruine kikkers wél aardig gevonden als je er gewoon mee gespeeld had.
o Nu je het zegt… ik heb het niet zelf verzonnen, maar mijn ouders. Kwáák!
Ja precies, zo gaat dat vaak. Wil je niet eens proberen om met Kwakel te spelen?
o Weet ik niet… of eigenlijk durf ik niet… ik heb zo vaak boos tegen hem gedaan…
Het is nooit te laat om vrienden te worden.
o Goed, ik zwem meteen naar hem toe.
Succes!
o Uh, hoi Kwakel. Ik heb een vlieg gevangen. Hier, hij is voor jou.
* Wat aardig van je.
o Het spijt me Kwakel dat ik zo vaak onaardig deed tegen je, terwijl jij eigenlijk nooit vervelend deed tegen mij.
* Het is al goed, zullen we samen spelen?
o Ja leuk! Zullen we waterbommetjes maken, je weet wel, met onze kikkerbilletjes hard in het water plonzen, zodat het heel hoog spettert.
Mag ik ook meedoen?
o Natuurlijk Evi, gezellig.
Mijn billetjes plonzen wel harder dan jullie kleine billetjes.
* Dat maakt niets uit, de pret is hetzelfde.
Eerst jij, Klikker... O, die ging hard zeg!
En nu jij, Kwakel... Splash! Het water spatte helemaal tot die onderste tak!
o Nu ben jij aan de beurt, Evi.
PLONS!
* Wauw, helemaal tot het midden van de boom!
Dit is echt super! Nu jij weer Klikker.
o Hoe hoog kwamen de spetters?
* Net als bij mij, bij de onderste tak.
Zeg Klikker, vind je het nu niet meer belangrijk dat Kwakel bruin is en jij groen?
o Nee, het maakt me niets uit. Ik denk dat we wel vriendjes kunnen worden. Wil jij dat ook Kwakel?
* Ik wil heel graag een groene vriend, Klikker.
Mooi, zullen we nog meer waterbommetjes maken? Dan wordt dit vast een kikkerbad met extra spetterpret!
Heb je ook wel eens een billenplons gemaakt in het zwembad? ☺
Heeft iemand ooit iets van jou weggepakt? Hoe voelde dat voor jou?
Heb jij zelf ooit iets van een ander weggepakt? Hoe voelde dat voor hem of haar?
Zijn bruine kikkers vanbinnen hetzelfde als groene kikkers?
Zijn mensen van kleur vanbinnen hetzelfde als witte mensen