Hond
o Hallo Evi.
Hoi Toby! Kom eens hier, gezellig dier, dat ik je eens fijn borstel.
o Wroefff, dat vind ik heerlijk.
Wat kijk je toch weer lief uit je ogen, Toby.
o Dat komt omdat ik zo van je houd, Evi. Jij bent het beste baasje dat ik me maar kan wensen. Mmm, wat borstel je mijn vacht toch heerlijk.
Zo, nu is het klaar. Moet je soms plassen?
o Ja, ik ben vanmorgen voor het laatst uitgelaten. Ik moet hóógnodig!
Zal ik dan een luiertje voor je pakken? Hahaha! Nee hoor, ik plaag je maar, hier is de riem, dan gaan we snel.
o Zullen we naar de bosrand gaan?
Nee Toby, dat mag ik niet zonder papa of mama.
o Waarom niet? Ik ben toch bij je!
Papa en mama vinden het te gevaarlijk voor me.
o Hoezo gevaarlijk, wat kan er nu gebeuren met zo'n sterke hond die jou helpt bij gevaar.
Ze zeggen dat er ‘boze mannen’ of zoiets bij het bos lopen. Ik snap het niet helemaal, maar het mag in elk geval niet. Dus daarom dóe ik het ook niet.
o Goed, dan blijven we in de buurt. Dan komen we Rakker onderweg misschien wel tegen. Die vind ik zo lekker ruiken.
Zo lekker ruiken? Ben jij een snuffelkampioen of een neus-detective?
o Ja, wij zijn snuffelkampioenen. Wij ruiken als iemand bang voor ons is. En we weten ook of iemand aardig is of juist niet.
O ja? Hoe weet je dat dan?
o Bij een hond heet dat: instinct.
Wát? Instinct? Stinkt dat?
o Nee, gekkie! Dat betekent gewoon dat je in je hoofd iets weet zonder dat het je ooit verteld is.
Ach ja, de mensen kennen ook een soort instinct, maar dan heet het nog moeilijker. Intwie... hoe heet dat ook alweer? Ja, nu weet ik het: ‘intuïtie’, dat spreek je uit als ‘intuwietsie’. Dat heeft mama me geleerd. Ze zegt dat je dan binnenin iets heel duidelijk voelt. Het lijkt op een stemmetje dat vanbinnen tegen je praat.
o Ja, dat bedoel ik. Dat hebben honden óók.
Als je goed naar dat stemmetje vanbinnen luistert, weet je precies wat je wél en niet moet doen.
o Eigenlijk is zo'n stemmetje best handig, hè Evi.
Ja, maar ik luister niet altijd even goed. En als er dan iets geks gebeurt, dan denk ik dikwijls: Zie je wel, ik wíst het, stom stom! Maar goed, daar leer je dan weer van, Toby.
o Honden leren ook elke dag een beetje bij. Mag ik vanavond onder je bed slapen?
Uhm, nu hoor ik twéé stemmetjes in mijn hoofd. Eén stemmetje zegt: Ja, natuurlijk, da's gezellig. Maar stemmetje twee zegt: Nee, want volgens mij komt papa me vanavond nog even instoppen en dan ziet hij je onder het bed liggen. Dan krijg ik op mijn donder en dan moet jij weer in je mand op de gang slapen. Dus als ik naar mijn intuïtie luister dan zeg ik néé tegen je, Toby.
o Oké, mijn instinct zegt ook dat jouw intuïtie klopt. Ik ben nu klaar met plassen. Zullen we naar huis gaan, want ik heb honger.
Ja, kom maar, dan gaan we snel naar je brokjesbak. En niet zo hard trekken, Toby. Beetje kalm aan, of denk je dat je een hondenrace moet winnen?
Kan Toby ook een poes uitlaten? ☺
Ben jij wel eens ondeugend of stout?
Voel je zelf vanbinnen als iets niet helemaal pluis is?
Denk je achteraf wel eens: “Ik wist het!”, als iets uitkomt wat je daarvóór dacht?
Doe je meestal meteen iets zonder na te denken, of denk je eerst goed na?