Mol
Kiekeboe!
o Oef, je laat me schrikken.
Ik zag de grond een beetje bewegen en toen dacht ik: “Daar komt zeker een mol aan óf een ondergrondse pop-up verrassing.”
o Nou, je hebt me goed te pakken zeg, mijn hart bonkt in mijn keel.
Ik doe je niks hoor. Ik houd van alle dieren, ook van mollen dus.
o Ja, kan wel zo zijn. Maar niet álle mensen houden van mollen, ze willen ons graag doodmaken met hun vreselijke klemmen!
Mijn papa vindt het niet zo tof als je steeds gaten in het grasveld maakt. Wil je daar alsjeblieft eens op gaan letten?
o Jawel, maar ik kan niks zien, ik ben stekeblind! Onder de grond is het aardedonker, daarom heb ik geen ogen nodig. Maar wij mollen kunnen wel heel goed ruiken en horen.
Kun je mij niet zien?
o Nee, ik hoor en ruik dat je een mens bent. En nu merk ik geen gevaar omdat je zo vriendelijk tegen me praat. Andere mensen praten niet met me, die zouden me meteen op mijn hoofd meppen met een schep als ze daar de kans voor hadden. Met mij is dat nog niet gebeurd, want ik ben wel snel. Ik kijk wel uit!
Wat doe je zoal onder de grond, mol?
o O… Nou, ik graaf lange gangen. Ze lijken een beetje op jullie straten, onderaardse straten zou je kunnen zeggen. Op jullie straten kom je van alles tegen en onder de grond ook.
Ja? En wat kom je zoal tegen dan?
o Er leven torren, mieren, pieren en kevers. En af en toe kom je bij een konijnenholletje uit of bij een hazenfamilie.
Dus onder de grond is het helemaal niet zo saai als ik dacht?
o Nee hoor, we maken van alles mee en we doen ook leuke dingen.
Leuke dingen? Vertel eens!
o We houden vaak wedstrijdjes onder de grond. Dat zijn de hoogtepunten van de week. Alle kruipende dieren komen dan bij elkaar en dan spreken we een eindpunt af. Wie het snelst is, heeft gewonnen en wint een prijs. Ik heb al een heleboel keren gewonnen.
Dat komt natuurlijk door je speciale graafpootjes.
o Ja, daarmee kan ik supersnel graven.
Heel leuk allemaal. Maar wérken jullie ook? Doen jullie ook iets nuttigs?
o Jazeker, wij mollen zijn best belangrijk. Wij maken de grond luchtig en we brengen voedselrijke aarde naar boven. Dus eigenlijk helpen we de planten om beter te kunnen groeien!
Knap bedacht van de mollen.
o Er zijn ook mensen die gif in de aarde strooien. Dat gif wordt gegeten door de insecten en wij eten insecten. Daarom worden wij ook ziek. Stank voor dank dus, terwijl wij heel nuttig werk doen.
Goh zeg, wat vreselijk.
o Mollen zijn ook heel slim, wist je dat?
Nee, vertel eens.
o Omdat we niet naar buiten kunnen kijken, moeten we wel naar binnen kijken. We kijken dan naar onze eigen gedachten.
We 'zien' dan of het een goede of een minder goede gedachte is.
Hoe bedoel je dat, mol?
o Nou, als jouw gedachten iets bouwt is het een goede gedachte en als er door jouw gedachte iets breekt is de gedachte niet zo goed.
Bedoel je met breken dat je steeds commentaar geeft, zodat iemand zich naar voelt?
o Precies, dat bedoel ik. Je kunt beter complimenten geven voor wat iemand goed doet. Dan voelt hij zich veel fijner.
Jaja, ik denk dat ik het snap. Ik zal ook eens blindemannetje gaan spelen, dan begrijp ik je misschien nog beter. Dan doe ik alsof ik niet naar buiten kan kijken en dan ga ik net als jij naar mijn eigen gedachten kijken, als dat lukt.
o Oké, probeer het maar eens met je ogen dicht.
Weet ik dan meteen wanneer ik iemand ‘breek’?
o Nou... niet meteen.
Mmm, misschien zal mijn instinct of nee, mijn intuïtie (spreek uit als intuwietsie) daarbij wel een beetje helpen, denk je ook niet, mol?
o Ja, dat heb je zeker ook nodig. Je kijkt naar binnen en je stemmetje laat je dan weten hoe je iets kunt verbeteren.
Het was fijn om met je te praten, mol. Ik vind jou een ondergrondse professor. Ik ga echt vaak oefenen met mijn ogen dicht. Dag lieve mol, tot ziens… Of nee, tot horens!
o Dag lief meisje, daag!
Denk je dat een mol ooit kan verdwalen onder de grond? ☺
Bedenk eens een bouwgedachte, waar iemand blij van wordt.
Bedenk een breekgedachte, waar iemand verdrietig van wordt.
Wanneer lijkt het je beter om aan jezelf te denken? Waarom?
Wanneer lijkt het je beter om aan iemand anders te denken? Waarom?