Aboriginals
Wat een mooie herten, hè?
o Ja, ze hebben zulke zachte ogen. Kom je vaker in dit hertenkamp?
Meestal even als ik uit school naar huis wandel.
o Ik heet Jacky, en jij?
Ik ben Evi. Waar kom je vandaan Jacky?
o Ik woon hélemaal aan de andere kant van de wereld.
Als ik een gaatje in de aarde zou boren, kom ik dan in jouw land uit?
o Bijna wel denk ik. Ik kom uit Australië.
Jemig, dat is heel wat uurtjes vliegen.
o Heel lang, ja.
Ik dacht dat Australiërs dezelfde kleur hebben als ik, maar jij bent zó mooi bruin, Jacky.
o Ik ben een Aboriginal.
Een abo wat?
o Moeilijk woord hè. A-bo-ri-gi-nal. Dat zijn mensen die al 40.000 jaar lang in Australië wonen, dus de eerste bewoners.
Dat kan ik wel onthouden, want ‘original’ zit erin en dat is vast origineel.
Zijn er ook nog ándere bewoners?
o Er zijn heel veel mensen uit allerlei andere landen verhuisd naar
Australië, omdat er zó veel ruimte is om te wonen. Heel wat anders dan hier in Nederland want hier lijkt iedereen boven op elkaar te wonen.
Zijn bij jullie geen flats?
o Niet waar ik vandaan kom. Wij wonen in een klein dorpje met heel veel hutten. Het is daar heel gezellig.
Wat doen jullie zoal?
o We doen zoals vroeger - kinderen zoeken bessen, mannen jagen met speren en boemerangs. Toen ik tien werd kreeg ik ook een boemerang.
Leek jouw boemerang op een vliegende snackbar?
o Hoewawa! Hoe verzin je het, gekkie?
Vind je het niet eng om een diertje te doden?
o Niet eng, maar wel zielig voor het vogeltje. Maar mama heeft hem die avond op de barbie gelegd. Jullie noemen dat barbecue, toch?
Ja, klopt. Wat doen jullie nog meer?
o We zingen en lachen heel veel met onze clan.
Oeps, alweer een woord wat ik niet ken.
o Een clan bestaat uit een paar families bij elkaar. De oudsten van de clan praten veel met elkaar en samen maken ze belangrijke beslissingen.
Wat vinden jullie zoal belangrijk?
o Het belangrijkste voor ons is de ‘dream time’. Dat is een Engels woord voor droomtijd.
De droomtijd, is dat de nacht?
o Nee, de droomtijd is vroeger, later en tegelijk nu.
In de droomtijd kunnen we oefenen met ‘zacht-maak-gedachten’ voor de natuur en alles en iedereen.
Dachten alle mensen maar zo, Jacky, want hier in Nederland denken de mensen dat de natuur alleen van hen is. Ze maken de natuur kapot, om er bijvoorbeeld weer een nieuwe straat voor auto’s te maken.
o Dat zouden de Abo’s nóóit doen. Wij zien de natuur als heilig!
Ik ook Jacky! Ik práát altijd met de natuur.
o Da’s toch normaal, wij praten de hele dag met de natuur.
Als we iets nodig hebben, vragen we dat gewoon.
En krijg je het dan altijd?
o Nee, alleen als je het écht nodig hebt natuurlijk.
Daar kunnen wij hier nog veel van leren, Jacky. Hier pakken we van alles véél te veel, ook als we het helemaal niet nodig hebben.
o We moeten goed luisteren naar wat de natuur ons vertelt, anders gaat het mis!
Da’s duidelijk. Aan wie vraag je of je een dier mag doden?
o Aan het dier zelf.
Vindt ie dat goed?
o Niet altijd, maar hij weet dat zijn zieltje gewoon verder leeft.
Komt ie dan in een ander mens of dier?
o Ja, de Abo’s weten dat alles verder leeft in een of andere vorm, dat kan ook een boom of een rots zijn.
Nu snap ik jullie respect voor de natuur.
o Ja, want de bloem die je tegenkomt, kan misschien wel je opa zijn geweest, of een roo je tante. O ja, een roo is een kangoeroe.
Aha. Ik zou nog wel uren met je willen praten Jacky, maar ik moet nu echt gaan. Zullen we morgen hier weer bij de kinderboerderij afspreken?
o Dat is goed, tot morgen, Evi.
1. Zou je een boemerang gebruiken om je lunch te vangen? ☺
2. Zou je willen leren welke bessen of ander voedsel je in een bos kunt vinden?
3. Wat vind jij het bijzonderst in de natuur?
4. Heb je wel eens een dier gedood, zoals een mier, een mug of een vlieg?
5. Wordt in jullie familie samen gepraat over belangrijke dingen die beslist moeten worden?