Bos
Ik moet effe bijtanken, Bos.
o Wat is er aan de hand, Evi?
Weet je, Bos... ik ben vandaag wat verdrietig en moe.
o O... Is er misschien iets vervelends gebeurd?
Ach, er gebeurt elke dag wel iets naars in de wereld.
o Daar merk ik niets van. Voor mij is elke dag een prachtige dag.
Was dat voor mij ook maar zo.
o Snuif de heerlijke frisse geur eens op, Evi.
Mmm, het ruikt hier als een parfumfabriek voor eekhoorns!
o Mijn bomen wiebelen zo grappig dat de eekhoorns denken dat de bomen een kietelwedstrijd houden!
Hier verdwijnt mijn verdriet heel snel, daarom kom ik hier zo graag.
o Maar vertel eens, wat weegt er zo zwaar bij je?
Vanmorgen las ik zoveel nare dingen in de krant. Over weeskinderen in Afrika die op straat moeten leven en bijna niets te eten hebben. Da’s toch vréselijk!
o Jeminee, gaat dat daar écht zo?
Ja. Op tv zag ik dat kinderen in rioolbuizen leven en dat ze drugs gebruiken om hun verdriet te vergeten. Dat is toch vreselijk!
o Jemig, dat wist ik helemaal niet. Hier in het bos hoor je nooit zulke verhalen. Als ik jou was, zou ik maar geen krant meer lezen en geen nieuws kijken op tv, dan word je ook niet zo verdrietig.
Daar heb je natuurlijk best gelijk in, Bos, maar ik wil zo graag iets doen om te helpen!
o In je eentje kun je geen ellende oplossen, lieverd.
Hoe doe jij dat dan, Bos? Hoe los jij zulke problemen op?
o Er zijn hier geen ingewikkelde problemen. In de natuur lost alles zich vanzélf op. Alles zorgt voor elkaar.
Mooi zeg, ik denk dat ik maar hier kom wonen.
o Je bent natuurlijk van harte welkom, maar voor een kind is het toch wel erg moeilijk om je hier warm te houden. Het kan hier ’s nachts behoorlijk koud zijn. En wat zou je kunnen eten? Eikeltjes en dennenappels?
Nou nee, als ze niet gekookt of gebakken zijn, hoef ik die niet.
o Mensen kunnen maar beter in een huis wonen.
Maar nu weet ik nog steeds niet hoe ik problemen kan oplossen.
o Oké, ik zal het proberen uit te leggen. Weet je wat concentreren is?
Ja! Je aandacht ergens heel sterk op richten.
o Dat bedoel ik. Enne... ken jij het Grote Licht?
Ja, natuurlijk! We hebben een stukje van het Grote Licht in ons, dat voelt als een warme glimlach, die nooit meer weggaat.
o Maar weet je ook wát het precies is?
Een beetje, maar ik luister graag naar wat jij erover weet.
o Stel je voor dat er een grote, warme zon is, maar dan niet in de lucht, maar een zon van liefde. Deze zon kun je niet met je ogen zien, maar je kunt haar voelen in je hart. Ze straalt altijd warmte uit: liefde, blijdschap, rust en wijsheid. Die zon noemen mensen soms "Goddelijke kracht.” Het is geen persoon, maar meer een superkracht die overal is. Alles wat leeft - mensen, dieren, bomen, sterren - ontstaat uit die kracht. Die kracht oordeelt niet. Ze zegt niet: “Jij bent goed” of “jij bent fout.” Ze houdt gewoon van alles en iedereen, precies zoals die is. Ze wil dat alles met elkaar verbonden is, net als puzzelstukjes die samen één groot plaatje vormen.
En als je goed luistert naar je hart, dan voel je soms een zacht stemmetje dat zegt wat lief, eerlijk of wijs is. Dat is die Goddelijke kracht in jou.
Fieperdefliep, wat leg je dat prachtig uit! Ik word er stil van.
o Het Grote Licht is alles en kán alles. Vraag maar om hulp, en concentreer je op de oplossing.
Is het zo simpel, Bos? Ik blijf het toch een beetje vaag vinden.
o Als iemand bijvoorbeeld een rare ziekte heeft, kun je aan het Grote Licht – of de Goddelijke kracht – vragen of iemand een geneesmiddel ontdekt.
Dus vanbinnen bedenken wat de oplossing is en dan hulp vragen?
o Ja, je gedachten zijn net kleine hulpjes. Dus ik stuur mijn denk-dwergjes op pad met een toverstafje, om mensen te helpen die het nodig hebben.
Nou, daar geloof ik niet zo in, Bos.
o Oké… je gedachten lijken op radiogolven en die zijn over de héle wereld te ontvangen, een beetje zoals ‘Hallo Kids Radio’.
Dat vindt mijn brein logischer. Ik kan dus nu écht op afstand helpen in plaats van niks doen?
o Jazeker! Gewoon ervanuit gaan dat er al een oplossing is.
Wat fijn, beste Bos! En nu ga ik maar eens fluitend naar huis.
o Doe dat maar gauw, lief kind, anders maken je pap en mam zich misschien nog ongerust. Dank je wel voor dit fijne gesprek.
Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt!
Ik óók niet, Bos. Ik wil nog wel eens met je praten!
o Dóen hoor! Dag Evi.
1. Zou een bos ooit fluisteren: "Hé, niet zo hard rennen, de eekhoorns slapen nog!?” ☺
2. Hoe voel jij je als je door een bos wandelt?
3. Kun jij jezelf opladen in een bos? Hoe zou dat werken?
4. Maak jij je zorgen over akelig nieuws?
5. Hoe zou je iemand kunnen helpen die iets naars heeft meegemaakt?