Florence Nightingale
Wie ben jij?
o Ik ben Florence. Ik kom uit Engeland en ik logeer bij je buren.
Hoe heet jij?
Evi. Wil je met me spelen?
o Graag, want ik verveel me zo.
Hoe komt het dat jij zo goed Nederlands praat?
o Mijn vader is Engelsman en mijn moeder is Nederlandse, daarom ben ik tweetalig opgevoed.
Handig! Kom, dan gaan we naar mijn kamer.
o Hé, wat leuk, ik zie dat je een dokterskoffertje hebt.
Ja, mijn pop was ziek. Ik heb haar armen en benen er even afgeschroefd, maar ze werd er niet beter van. Aan mij heb je geen goede dokter, hihi.
Maak het koffertje maar open, er zit van alles in.
o Gaaf zeg. Er zit ook een verpleegstersjurk in en een haarkapje.
Wil jij de dokter zijn of de verpleegster?
o Mag ik de verpleegstersjurk aan?
Best. Dan ben ik de operatiedokter bij wie elke operatie mislukt en jij mag de patiënt verplegen.
o Malle dokter ben jij! Kijk, ik lijk op Florence Nightingale.
Wie is dat?
o Héél lang geleden - ergens in 1800 zoveel - is zij geboren in Italië, in de plaats Florence. Haar ouders hebben haar naar die plaats genoemd. Haar ouders waren rijk en altijd op reis. Nadat Florence geboren was, gingen ze weer terug naar Engeland, waar zij vandaan kwamen. Florence wilde heel graag verpleegster worden, maar dat mocht ze niet van haar ouders, omdat dat niet gepast was in haar rijke familie.
Flauw hoor.
o Tja, zo was dat in die tijd nu eenmaal. Toen ze een jaar of zeventien was, hoorde ze vanbinnen de stem van God zeggen dat ze verpleegsterswerk moest gaan doen.
En mocht ze het toen wel van haar ouders?
o Eigenlijk niet, maar zij dacht: “Ik doe het gewoon!” Ze was zo goed, dat ze de baas werd van alle dokters in de grote stad Londen!
Wauw, superknap!
o Ze ging toen alle ziekenhuizen controleren of ze hun werk goed deden. Toen kwam er oorlog en Florence ging voor de Engelse soldaten zorgen, die in Turkije waren.
En toen?
o Eigenlijk waren Florence en de andere verpleegsters daar niet welkom omdat ze vrouwen waren, maar omdat er geen mannen waren die hen konden verzorgen, mocht het toch.
Wat maakte Florence zo bijzonder?
o Elke avond ging Florence met een lamp langs alle zieken en gewonden om een praatje te maken en hen te troosten.
Ze noemden haar: ‘The lady with the lamp’, de vrouw met de lamp.
Vroeger hadden ze nog geen elektriciteit en daarom droeg ze een lamp met een kaarsje. De zieke soldaten waren wég van haar, zo lief was ze voor iedereen. Ze hadden hele enge dingen meegemaakt in de oorlog.
Je kunt het je bijna niet voorstellen… vreselijk! Wat deed ‘The lady with the lamp’ toen de oorlog was afgelopen?
o Ze zorgde voor een plek in Londen waar gewonde soldaten konden genezen. Daar leerde ze dat veel soldaten doodgingen door kleine, vieze beestjes - bacteriën - en niet alleen door hun verwondingen.
Ze leerde mensen wat hygiëne is, zoals handen wassen en gebruikte ziekenhuisspullen uitkoken. Toen ze zelf ziek werd heeft ze een boek geschreven over hoe je moest verplegen.
Wat knap zeg!
o Ik denk dat ik later als ik groot ben, ook verpleegster wil worden.
Mooi, dan mag jij nu deze dokter- en verpleegsterspulletjes meenemen.
o O wat lief, dankjewel! Je bent een schat.
Nee, jij bent zelf een schat. Wist je trouwens dat je soms ook mensen met je handen beter kunt maken?
o Dat kan toch niet… Alleen dokters kunnen mensen beter maken.
Weet je, als je je hand op het lichaam van een zieke legt, kan een straaltje van jouw Licht vanbinnen naar de zieke stromen, zodat hij wat sterker wordt. Meen je dat nou, of houd je me voor de gek?
Ik zou niet durven. Je kunt ook een zieke helpen door alleen maar aan hem te denken, dan stuur je het Licht met jouw gedachten naar de zieke. Echt? Een wordt ie dan beter?
Niet altijd, want soms is een ziekte eventjes nodig.
o Ziekte lijkt me zinloos.
Nee hoor, soms heeft iemand even tijd nodig om alles weer op een rijtje te zetten.
o En als ie heel lang en ernstig ziek is?
Dan heeft ie misschien méér tijd nodig.
o Ik ben er stil van, Evi.
Ga het maar eens proberen, Florence.
o Mijn oma is ziek. Ik zal haar elke dag Licht sturen. Misschien werkt het wel.
Gedachten zijn krachten, Florence. Vertrouw er maar op.
1. Welke mopjes zou jij aan zieken vertellen om hen te laten lachen? ☺
2. Ben je in het ziekenhuis wel eens verzorgd door een lieve verpleegster?
3. Weet jij waarom het goed is om vaak je handen te wassen?
4. Waarom moeten dokters en verpleegsters vaker hun handen wassen dan andere mensen?
5. Heb je wel eens heel sterk gedacht aan een zieke en gehoopt dat hij of zij snel beter zou zijn?