Jodendom
Hoi Levi.
o Hallo Evi.
Wat ben je aan het lezen?
o Da’s de Thora. Dikke pil, hè?
Kun jij lezen wat er staat? Wat een vreemde letters.
o Ja, en die worden van rechts naar links gelezen.
Abracadabra voor mij! Hoe oud ben je eigenlijk, Levi.
o Ik ben vorige maand dertien geworden en toen heb ik mijn
Bar Mitswa gehad.
Bar hóe? Ben je naar een bar geweest?
o Haha! Nee, Bar Mitswa is een speciaal feest in het jodendom voor jongens van 13 jaar. Je mag dan voor het eerst naar de synagoge en je mag dan een stuk heilige tekst voorlezen uit de Thora.
Je hoort er dan echt bij, mits je natuurlijk geen hardrock muziek in de synagoge gaat afspelen!
Haha, dat zou wat zijn. Maar ik snap dat het fijn voor je voelt.
o Echt wel! Je krijgt dan ook een Tefillin, een gebedsriem met heilige teksten uit de Thora. Kijk, hier is ie.
Mooi zeg. Kun je in het kort vertellen wat er in de Thora staat?
o Het is een mega dik boek, dus in het kort vertellen zal niet gaan lukken, maar een klein stukje wel. Luister… Heel lang geleden waren de joden slaven van een rijke Egyptische koning. Ze moesten enorm hard werken, ze werden mishandeld, kregen amper te eten en veel mensen gingen hierdoor dood. Mozes hoorde de stem van God, die zei dat hij het Joodse volk moest bevrijden en hen naar het beloofde land moest brengen, waar ze vrij waren. Dat land was Israël.
Oké, en toen?
o Tijdens de reis met al die duizenden joden, ging Mozes heel lang de bergen in om te bidden. Toen werd door God de tien geboden op stukken rots gebrand. Die staan dus in de Thora.
Geboden, betekent dat wat je wel en niet mag doen?
o Ja, het zijn afspraken en een schema voor het hele leven.
Is het handig om precies te weten wat je moet doen?
o Nou, dat staat er natuurlijk niet zo letterlijk in natuurlijk, maar er staan wel 248 geboden in en 365 verboden.
Jeetje-zweetje, moet je die allemaal onthouden?
o Veel hè!
Vind je het niet jammer om niet zélf te mogen ontdekken wat je goed en fout vindt?
o Ik vind het eigenlijk wel fijn dat anderen de regeltjes al hebben bedacht, dan hoef ik ze zelf niet meer te verzinnen. Nu weet ik zéker wat goed en fout is.
Tja, zo kun je het ook bekijken.
o Wat vind jij zelf eigenlijk belangrijk, Evi?
Ik vind het superleuk dat ik eindeloos veel kan bedenken! Dan voelt het alsof de hele wereld voor me openligt. En het mooiste?
Ik mag zelf kiezen wat goed of niet goed is!
o Daar zit ook wat in. Heb jij geen voorbeeld nodig dan?
Soms wel, maar als ik wil weten of iets goed of fout is, luister ik goed naar mijn innerlijke stem, mijn intuïtie dus.
o Ah, dat woord ken ik wel. Maar zeg eens eerlijk, ben je dan nooit eens stout of ondeugend?
Tuurlijk wel, mallerd. Ik ben geen heilige. Dan zou mijn leventje wel erg saai zijn.
o O gelukkig, ik dacht al.
Vergaat de wereld als je een fout maakt? Nee toch!
o Gelukkig niet, dan was de wereld er al láng niet meer geweest.
Ik geloof trouwens ook in oorzaak en gevolg. Als ik bijvoorbeeld tegen jou lieg, wat zet ik dan in beweging, denk je?
o Misschien vertrouw ik je dan niet meer.
Dat ook natuurlijk, maar ik kom daarna iemand tegen die tegen mij liegt, om te ontdekken hoe vervelend liegen is.
o Jemig Evi, dat is handig. Dus je moet het zelf leren voelen!
Ja, door voelen, leer je het ’t best.
o Eigen schuld, dikke bult.
Nee, juist niét. Je moet het niet leren, je mág het leren. Dat geldt ook voor fijne dingen: als je vriendelijk doet, is de ander ook aardig voor jou.
o O ja, op die manier kun je je eigen wereld mooi maken.
Inderdaad. Maar lieve Levi, ga gewoon door met de Thora te bestuderen, want ieder komt terecht bij het geloof dat bij hem past.
o Ik vind de Thora helemaal geweldig, Evi!
Heel fijn. Zullen we nu lekker iets stouts gaan doen?
o Ik doe mee!
Uhm, zullen we de poes aankleden als clown en zijn haren rood schilderen?
o Wat zouden de gevolgen zijn, denk je?
Ach, daar moet je maar even niet aan denken, anders is de lol ervan af.
o Poekie, waar zit je?
1. Wat is de stoutste streek die jij ook hebt uitgehaald? ☺
2. Wat vind je fijner: regels opvolgen of zelf nadenken over wat goed en slecht is?
3. Kun je iets opnoemen wat je mág (Een gebod) en iets wat je niét mag? (Een verbod)
4. Als een groep heel lang heeft nagedacht over goed en slecht en daar regels van heeft gemaakt, denk je dat ze dan gelijk kunnen hebben?
5. Kun je een voorbeeld noemen van oorzaak en gevolg dat je zelf meemaakte?