Boom
o Au, au, wie doet mijn wortels zo’n pijn?
Ach sorry Boom, ik lette even niet op en struikelde per ongeluk over je wortels, die boven de grond uitsteken.
o O, dat had ik nog niet gemerkt. Ik word ook al een dagje ouder, snap je, kind?
Ik heet Evi. En jij?
o Ik heet Eik.
Zal ik wat zand over je wortels doen? Dan kan er niemand meer tegenaan lopen.
o Wat aardig van je. Dankjewel.
Mag ik je even knuffelen, Boom?
o Huh? Wil je dat - zo’n oude bromboom als ik?
Graag zelfs! Ik houd van bomen.
o Uh, doe maar dan.
O, lieve Boom, wat voel je warm en supersterk.
o Weet je wat? Geef je zorgen maar aan mij, dan stuur ik ze via mijn wortels de grond in en daar zorgt de aarde ervoor dat je zorgen oplossen. Dan mag jij het loslaten.
Wat bijzonder.
o En nu mag je een hartenwens bedenken en die stuur ik naar mijn bladeren. De wind neemt je wensen mee en blaast ze over de hele wereld zodat ze uitkomen.
Jeetje-scheetje, hier komen mijn wensen, joehoe!
o Vvvoei! Daar gaan ze de wijde wereld in!
Wat zou ik voor jou kunnen doen, Eik?
o Om eerlijk te zijn, Evi... ik vind het de laatste jaren helemaal niet meer zo leuk om alleen maar stil te staan. Als ik kon wandelen, zou ik de eekhoorns achterna zitten en roepen: “Wacht op mij, ik heb ook nootjes!”
Wil jij echt wandelen? Ik zie het al voor me: een wandelende boom!
Wat komisch, haha! Maar eigenlijk heb je het dus niet naar je zin.
o Meestal wel, maar niet altijd. Ik heb al jaren hetzelfde uitzicht – de achterkant van een huis en waslijnen met onderbroeken.
Lijkt me best saai.
o Ja saai, dat is het goede woord.
Ik kan je niet uitgraven, meenemen en ergens anders neerzetten.
o Dat weet ik maar ál te goed, Evi. Daarom ben ik droevig.
Wacht eens even… Ik heb een reuze idee! Vind je het leuk als ik een speelboom van je ga maken? – met een schommel, klimtouwen en misschien ook een boomhut. Dan zou het véél minder saai voor je worden, Eik.
o Wat een buitengewoon goed idee, Evi. Het lijkt me reuzegezellig om spelende kinderen om me heen te hebben.
Goed zo. Je vertelde dat je een saai úitzicht hebt. Misschien is dat te veranderen door een goed ínzicht.
o Inzicht? Hoe bedoel je, Evi?
Als je bedenkt dat er binnen in jou een Glimlachlichtje woont dat je hart kietelt, dan word je vanzelf vrolijk.
o Ik kan niet tegen kietelen, haha!
Noem het dan maar je knuffellichtje. Daar kun je wel tegen, merkte ik zojuist.
o Ja, ik word ‘knuffelbomerig’ van knuffelen.
Weet je, Eik, in alles zit een Glimlachlichtje, of noem het knuffellichtje - in jou, in mij, in alle dieren, bloemen, het gras en de zon.
o Waar komt dat licht eigenlijk vandaan?
Dat licht komt van een grote zon van liefde. Die grote zon hield zó van alles wat bestaat, dat ze als een vuurwerkfontein haar flonkertjes liet overspringen naar de harten van alles wat leeft. Daarom kun je het licht voelen in je hart – ze straalt altijd warmte uit, liefde, blijdschap, rust en wijsheid.
o Gigaknallerboemwauw! Die komt even binnen, zeg!
Mooi. Ga maar alvast oefenen met dit nieuwe inzicht, dan zal ik een paar kinderen en papa vragen of ze me zaterdag willen helpen om van jou een speelboom te maken, goed?
o Prima, Evi. Je bent een lief bomenknuffelkind!
En jij wordt een boom met een pretpark-abonnement voor kids!
Hoe gaaf is dat!
Heb je wel eens een wandelende boom gezien? Welke schoenmaat had hij? ☺
Kun jij een paar minuten stilstaan zonder te bewegen?
Hoe voel jij je als je niet mag bewegen?
Verveel jij je wel eens en wat ga je dan doen?
Doe je vaak dezelfde dingen of ontdekt je liever nieuwe dingen?