Wie is Mono
Je zult me maar moeilijk kunnen geloven, maar toch is het heus waar. Bijna elke nacht, als ik net slaap, komt Mono bij me op bezoek in mijn droom. Het is alsof ik klaarwakker ben, want het lijkt zó echt.
Zijn zilverwitte vacht is zo zacht als dons. Zijn gedraaide hoorn is van witparelmoer en ongeveer één meter lang. Die hoorn staat op zijn voorhoofd en wijst schuin naar voren. Zijn ogen zijn hemelsblauw en stralen wijsheid uit. Mono is dus een eenhoorn.
Als Mono wil gaan vliegen, tovert hij een paar sterke vleugels tevoorschijn, waarmee hij met de snelheid van het licht kan vliegen. Zoiets komt eigenlijk alleen maar in sprookjes voor. Mijn beste vriend bezoekt me bijna elke nacht. Ik denk dat hij dwars door mijn buitenmuur naar binnenkomt, want hij staat ineens naast mijn bed en tikt dan héél voorzichtig met zijn hoorn tegen mijn voorhoofd. Er stroomt dan licht via zijn hoorn bij mij naar binnen. We kunnen gewoon gezellig kletsen!
Ik weet niet of we mensentaal of eenhoorntaal praten, maar we voelen elkaars gedachten en we snappen precies wat de ander bedoelt!
Mono heeft me gevraagd of ik samen met hem kinderen uit de hele wereld wil uitleggen dat we eigenlijk uit drie delen bestaan.
Je lijf is je ‘Buitenjas’. Het is wat je kunt zien en voelen; je armen om mee te knuffelen, je voeten om te springen, je buik die schudt als je lacht. Je Buitenjas helpt je alles te doen – rennen, tekenen, klimmen en knuffelen. En soms heeft je Buitenjas rust nodig of een pleister.
Dan hebben we ook nog een ‘Voelvriendje’. Die woont binnen in jou, in de buurt van je hart. Het voelt blij, verdrietig, boos of bang. Het fluistert wat je nodig hebt: een knuffel, een lach of even rust. Je ziel – je speciale jij - houdt van mooie dingen: een liedje, een zonnestraal of een verhaal.
En op een geheim verstopplaatsje woont het ‘Glimlachlichtje’.
Het is het licht in jou dat weet, droomt, en altijd zachtjes glimlacht.
Het helpt je om stil te worden, na te denken of gewoon te zijn. Zelfs als je je verdrietig voelt, kan je Glimlachlichtje nog zachtjes schijnen, diep vanbinnen. Het Glimlachlichtje komt uit het Grote Licht, dat gemaakt is van alle glimlachen uit het hele universum. Wanneer je meer over jezelf leert, gloeit je Glimlachlichtje steeds feller, als een lachende zon die voor altijd je hart kietelt.
’s Nachts blijft mijn lijf in bed liggen en dan gaan Mono en ik op pad met onze Glimlachlichtjes. Kinderen kunnen ons dan zien als doorschijnende lichtwezens. De eerste keer dat Mono bij me op bezoek kwam, heeft hij me uitgelegd waarom hij juist mij heeft uitgekozen om met hem mee te gaan. Hij zei dat ik goed kan luisteren en slimme ideeën heb over belangrijke dingen in het leven. Daarom kunnen wij samen kinderen met problemen goed helpen.
Mono is een heel bijzonder sprookjesachtig wezen. Hij vangt met zijn hoorn, die als een supergevoelige antenne werkt, alle geheime vragen van kinderen op uit de hele wereld. Omdat niet elk kind Mono’s stem vanbinnen kan horen, heeft hij mij nodig om in gewone mensentaal met hen te kunnen praten. Soms weten de kinderen ’s morgens niets meer van ons gesprekje in de nacht, maar dat maakt niets uit, want het gaat er maar om dat het Glimlachlicht van het kind er iets mee kan doen. Het kind kan die dag ineens iets begrijpen of zich voor het eerst in lange tijd heerlijk rustig voelen.